Boda bezorgdienst. Foto: Leo van Gelderen

Voor boda’s geldt geen enkele verkeerswet

Ik woon nu ruim een jaar in Kampala, de hoofdstad van Oeganda en ben inmiddels gewend aan de verkeerschaos die je te wachten staat, als je de deur uit gaat.

Ik woon nu ruim een jaar in Kampala, de hoofdstad van Oeganda en ben inmiddels gewend aan de verkeerschaos die je te wachten staat, als je de deur uit gaat. Wat direct opvalt is het wangedrag van de boda’s. Het zijn lichte motoren die niet alleen dienstdoen als taxi’s maar daarnaast van alles en nog wat transporteren. Ik heb geen idee hoeveel van deze motoren deze miljoenenstad telt, het zijn er duizenden, maar het zijn linke horzels. Links en rechts schieten ze, zonder te kijken,  maar met ware doodsverachting langs je auto.

Voorts schuift het verkeer in en uit en is het mij nog steeds niet duidelijk wie er nu eigenlijk voorrang heeft. Het is wachten op een gaatje en dan is er altijd wel ruimte om je weg te vervolgen. Eén ding leer je hier sowieso snel af. Je ergeren aan medeweggebruikers. In tegenstelling tot Nederland waar toeteren, schelden en de opgestoken middelvinger bijna tot nationaal erfgoed is verheven, hoor je  hier nauwelijks één toeter. Terwijl  ik je kan verzekeren dat deze stad vele malen drukker is dan Amsterdam of Rotterdam.

Terug naar de boda’s. Die blijven je wel verbazen. Als je denkt, nu heb ik de overtreffende trap van vervoer zien passeren, wordt het record toch weer verbroken. Van een vader, moeder en twee kinderen waarbij de bestuurder op de tank zit, tot aan het vervoeren van autobanden, ik telde er zes!, niets is onmogelijk. Alles wordt houtje-touwtje vastgesjord en het blijft nog achterop zitten ook.

Met die enorme vrachten achterop wordt trouwens geen enkele concessie gedaan aan de snelheid of het laveren tussen de auto’s door. Ook de vele potholes (gaten in de weg) die dwingend vragen om een rustige rijstijl, is aan deze wegpiraten niet besteed. Hoe lastig en soms agressief ze voor de andere weggebruikers ook zijn, toch kijk ik elke keer als motorrijder met stijgende bewondering naar al hun capriolen. Naast hun rijkunst trekken ze zich ook niets aan van files, stoplichten of opstoppingen. Het trottoir, voor zover aanwezig,  biedt uitkomst en anders weten ze altijd wel een gaatje te vinden om zich tussendoor te wurmen.

Voor de politie zijn ze zo goed als ongrijpbaar. Bovendien is een verkeersagent volstrekt kansloos als hij op een drukke kruising zo’n zwerm boda’s  op zich af ziet komen. Het oogt komisch, als een cabaret-achtig tafereel. Natuurlijk gaat het regelmatig mis, veroorzaken ze ongelukken of zijn zelf de klos of erger.

Ik heb de indruk dat niemand zich daar druk over maakt. Dat is dan de prijs die deze cowboys betalen.