Terug naar West-Friesland. Piet zijn vader had een tuindersbedrijf in Zwaag maar werd door de gemeente Hoorn uitgekocht. ,,Ik ben altijd gek geweest op voetbal en ging met mijn vader naar Volendam. We stonden op de sta-tribune. Bij Volendam speelden toen onder anderen Klaas Tuyp, Kees Guyt en Dick de Boer. Die is later nog trainer geweest bij Always Forward in Hoorn. Zelf speelde ik bij Westfriezen. Nee, ik was geen uitblinker al debuteerde ik op mijn zeventiende in het eerste elftal.” Lachend: ,,Ik kon wel vreselijk hard lopen. Daar moest ik het van hebben. In dat elftal speelde ik met goede voetballers. En op doel Marcel Bizot, de vader van Marco die het talent duidelijk van zijn vader heeft.”
Avonturier
Dat er al jong een avonturier school in Piet bleek uit het feit dat hij als twintiger besloot om met Edwin Bot uit Zwaag een tocht dwars door de Sahara te maken. ,,We hadden er een auto helemaal voor ingericht. Maar onderweg werden we overvallen door een bende. Een deel van ons geld hadden we verstopt in de auto en afgesproken dat we daar niets over zouden zeggen. Ze namen ons mee maar ook zij, dus wij ook, werden weer overvallen door een andere bende. Nadat we een dag of drie in een rovershol hadden gezeten, werden we met drie liter water en mijn pakkie shag gewoon gedropt.” Met gevoel voor understatement laat hij daar op volgen: ,,Dat was allemaal best wel spannend dus draaiden we eerst maar even een shaggie. Uiteindelijk zagen we vrachtwagens met dadels waar we mee konden.” Lachend: ,,Ook dat konvooi werd overvallen en moest een deel van de lading afgeven waartussen wij verstopt zaten. Toen hebben we hem wel geknepen. Uiteindelijk zijn we in Mali aangekomen. Later zijn er nog twee jongens bij mij geweest met vragen omdat ze ook zo’n toch wilden maken. Ik heb het ze nog sterk afgeraden. Die hebben het niet gehaald en pas maanden later zijn hun lichamen gevonden. Aan de hand van hun dagboeken die werden gevonden is het boek ‘Helden in de Sahara’ over ze geschreven.”
Toch bleef Afrika trekken en in 1995 vertrok Piet met zijn vrouw Carla naar Kenia waar hij in de buurt van de hoofdstad Nairobi een paar jaar in loondienst op een landbouwbedrijf aan het werk ging. Tegelijkertijd vond hij dat een mooie gelegenheid om zijn oom Piet in het naburige Oeganda te bezoeken. In Jinja, een stadje op drie uur rijden van de hoofdstad Kampala, werkte zijn oom Piet als missionaris.
Piet: ,,We hebben twee fietsen zonder versnelling gekocht en we zijn met zijn tweetjes op de fiets naar Jinja vertrokken. We deden er een dag of toen over. Ja, dat was toen nog veilig omdat er nog niet zoveel verkeer was. Om wat van Oeganda te kunnen zien, mochten we de motor lenen van een collega van mijn oom. Dat was Kees Groenewoud uit Hoogwoud. Die noemden ze daar de hippy priest omdat hij alles op de motor deed en getooid was met vrij lange haren. Mooie vent was het Uiteindelijk zijn we in 2002 naar Oeganda gekomen. Na vier jaar opnieuw in loondienst kon ik samen met een partner van een Engelsman een oude rozenfarm kopen.”
Europa
Piet zag mogelijkheden en na een aanvankelijke start met groenten voor de lokale markt koos hij voor de stekken. ,,Inmiddels exporteren we zo’n 500 soorten naar klanten in heel Europa. We zijn gegroeid naar 12 hectare kassen en 600 man personeel. We hebben op het terrein een bescheiden gezondheidscentrum met een arts, verplegend personeel, een kinderopvang en een onderkomen waar moeders hun baby’s rustig kunnen voeden. Het is een grote organisatie maar we hebben het goed op de rit.
Piet vervolgt: ,,Ik heb in ieder geval meer tijd om te besteden aan mijn club Entebbe FC. Daar ben ik eigenlijk een beetje ingerold. Ik zat op een gegeven moment in de kroeg en natuurlijk ging het over voetbal. In het bijzonder over de FC.” Schaterlacht: ,,Ik vond het een interessant verhaal dat ik hoorde en heb contact gezocht met de vorige eigenaar en vervolgens was ik voor 30 procent eigenaar. Dat was in 2015. De ploeg speelde toen in de Super League, de hoogste klasse. We spelen nu in de derde klasse. Dat zou in Nederland zoiets als de hoofdklasse zijn. We zijn een redelijke middenmoter maar daar moet verandering in komen. Ik ben nu voor 70 procent eigenaar en wil er wel voor gaan. Al dacht ik vorig jaar, ik stop ermee. Maar als ik stop is dat het einde van de club. Ik wil iemand inhuren die sponsors gaat zoeken, zodat de club niet of veel minder afhankelijk wordt van mij.”
Betalen
Over het verdwijnen uit de hoogste klasse: ,,Degradatie wil niet altijd zeggen dat het slechtste team een stap terug moet doen. Een scheidsrechter of een grensrechter betalen mag nog wel eens helpen om dat te voorkomen. Ik heb mij altijd op het standpunt gesteld dat er niet wordt betaald. Om te voorkomen dat ons een oor werd aangenaaid, ben ik weleens meegelopen met de grensrechter om te kijken of hij wel op tijd voor buitenspel floot. Omdat ik weet dat de prijs kan bepalen hoe snel de buitenspelval dichtklapt. Aan de andere kant. Toen ik nog in West-Friesland voetbalde, nam ook elk team zijn eigen grensrechter mee. Die waren zo corrupt als ik weet niet wat. Bij Westfriezen heeft de ’grens’ toen genoeg punten voor ons verdiend. In dat stadium zitten we nu hier in de lagere klassen. Het is een groeiproces. Daarnaast zijn de velden ook een probleem. Bij de toss bijvoorbeeld wordt niet alleen een kant van het veld gekozen om te beginnen maar kijk je bij sommige ploegen ook of je bergop of bergaf. speelt”
Eigen veld
Op het terrein van zijn bedrijf heeft Piet zijn eigen veld. Dat ziet er strak en egaal uit. Piet: ,,Ik heb er zelfs een deel van een kas voor weg laten halen, anders zou de achterlijn veel te kort zijn. Naast de Entebbe FC hebben we hier een eigen bedrijfsteam waar we in een bedrijvencompetitie tegen andere teams spelen. Ja, dat gaat behoorlijk serieus. In de zin dat er twee tot drie keer per week wordt getraind. Ik heb voor het veld gezorgd, het onderhoud moeten de mensen zelf verzorgen. Dat kan soms wel wat serieuzer. Op een gegeven moment ontstond er een termietenheuvel op het veld.” Lacht: ,,In plaats van die heuvel op te ruimen speelden ze er gewoon omheen.”
Veldjes
Als je door Kampala en ver daarbuiten rijdt, zie je overal veldjes waar kinderen voetballen. Piet: ,,Voetbal leeft hier enorm. Vooral de Engelse League wordt op de voet gevolgd. Jammer genoeg blijven de wedstrijden in eigen land achter. Behalve als het nationale team speelt. Er moet veel meer promotie komen om het voetbal in de breedte naar een hoger niveau te tillen. Als je naar de jeugd kijkt, zie je de potentie. Ook al moet de interesse in de eigen competities omhoog. De mensen die wel komen zijn bloedfanatiek. Daarom moeten we zelfs op het derde niveau voor hekken om het veld zorgen. Anders rennen ze bij een in hun ogen foute beslissing van de scheidsrechter zo het veld op. En er is altijd politie aanwezig. Maar de agenten moeten de clubs zelf betalen. Al met al zijn er genoeg reden om te kijken of we de Entebbe FC weer in de hoogste klasse kunnen krijgen. Voorlopig blijf ik me dus nog met de club bemoeien. Het is de liefde voor het voetbal en je wilt wat terug doen voor de gemeenschap.”
Foto credit: Piet de Jong
