’Ik heb hier nog nooit één chagrijnige patiënt gehad’

KAMPALA - Babs Bordewijk werkt inmiddels ruim twee jaar als arts in Kampala, de hoofdstad van Oeganda. In die tijd heeft ze, naar eigen zeggen, nog nooit één chagrijnige patiënt op haar spreekuur gehad. Kom daar maar eens om in Nederland waar tegenwoordig in elke ziekenhuis het klokje rond beveiligers rondlopen. Niet om snoepjes uit te delen, maar om het personeel uit handen van agressieve bezoekers te houden.

Geboren in het Gelderse Velp besloot ze na de middelbare school in Arnhem medicijnen te gaan studeren. We schrijven 2008 als ze wordt ingeloot en voor haar studie naar Rotterdam vertrekt. ,,Ik was er nog nooit geweest, laat staan dat ik ooit in een metro had gezeten,” vertelt ze thuis in Kampala met een lach. 

Nieuwsgierig

Hoewel ze tijdens een tussenjaar wel al in Costa Rica en Spanje was geweest, had ze absoluut niet het idee om de wereld in te trekken. Laat staan om als arts in een Oegandees ziekenhuis aan het werk te gaan. 

Babs: ,,Door die reizen stond mijn vizier wel open en was ik nieuwsgierig. Tijdens mijn studie vertrok ik samen met een vriendin dan ook voor een tropencursus van twaalf weken naar Soedan.  Dat werd uiteindelijk een heftige reis. In het ziekenhuis waar we waren, stond zo’n grote zuurstoftank gewoon los tegen de muur. Die tank viel omver, precies op de voet van mijn vriendin. Haar voet lag helemaal aan gort.  Daar hebben ze de boel aan elkaar gehecht en hebben we het nog vijf dagen volgehouden. Behoorlijk naïef voor tweedejaars medische studenten.  Door de medicatie werd mijn vriendin steeds gekker en haar tenen steeds zwarter, dus toch maar terug naar Nederland. Daar kwamen ze maar tot een conclusie: ’die tenen moeten eraf, daar is geen redden aan’’. 

Toch hield ook het ongeluk haar niet binnen de Nederlandse landsgrenzen. Haar nieuwsgierigheid naar ’die andere wereld’, bleek nog lang niet gestild. Ze wilde iets minder binnen de lijntjes en vooral meer authenticiteit. 

Buitenland

Babs: ,,In 2015 kwam ik mijn man Leonard tegen. Ik weet nog dat we het op onze eerste date meteen hadden over naar het buitenland gaan. Maar zoals het leven loopt. Op een gegeven moment heb je twee kinderen en alle twee een baan. Dan denk je: ‘Het leven in Nederland is ook goed’. Totdat Leonard een advertentie tegenkwam waarin Yalelo,, een groot visbedrijf hier, een commerciële man zocht. We waren samen in 2016 al eens op vakantie in Oeganda geweest en Leonard had hier in zijn studententijd drie maanden geholpen bij het bouwen van waterputten. Dus het werd Oeganda, mits ik er ook als arts kon werken.”

Vanuit Nederland begon ze meteen naar werk te zoeken. ,,Ik ben gewoon gaan googelen en The Surgery popte op als een kliniek waar allemaal huisartsen werken. Vóór mij waren er ook al twee Nederlandse artsen geweest. Daardoor kenden ze onze opleiding en bovendien staat The Surgery te boek als een internationale kliniek. Soms rol je ergens in, zo voelde dit ook. Wel moest ik in het begin erg wennen aan manier van communiceren en werken. Vanuit mijn opleiding zit je veel meer op de lijn van eerst even aankijken. Hier doet men veel sneller aanvullende diagnostiek. Dat moet ook  wel met bv een ziekte als malaria. Dan is het zaak om zo snel mogelijk te handelen.”

Communiceren

Ook aan de manier van communiceren moest Babs wennen. ,,Zowel patiënten als collega’s kijken je aan en zeggen dan niet veel. Ik kon niet zo goed peilen of het om een ja of nee ging. Maar inmiddels weet en voel ik wat er wordt bedoeld. Ik werk in een fijn team waarin je weet wat je aan elkaar hebt. Dat werkt fijn en is vooral goed voor de patiënt.”

De eerste tijd zat ze nog erg in het Nederlandse tempo. ,,Hier wordt met de patiënt eerst uitgebreid een babbeltje en een grapje gemaakt.  Ik denk niet dat dat werktempo  in Nederland zou kunnen. Daar heb je voor elke patiënt hooguit één kwartier.”

Ze vervolgt: ,,Patiënten zijn hier ook anders.  Ze accepteren het leven zoals het komt. Daardoor zie je bij patiënten veel meer acceptatie. In Nederland wordt veel meer gedacht dat het leven maakbaar is en ook moet zijn. Met als gevolg veel gedram, korte lontjes, agressie en bewakers in de ziekenhuizen.  Hier heb ik in de afgelopen twee jaar nog niet één boze of chagrijnige patiënt gehad. Ook niet als ze lang moeten wachten of bij voorbeeld een bloedafname is zoekgeraakt en alles opnieuw moet.  Het brengt mensen niet uit hun evenwicht.  Zelfs als ze na een uur wachten binnenkomen, maken ze nog een grapje of beginnen een praatje. Je maakt eerst contact met elkaar en dan vertelt de patiënt wat er is. In Nederland beginnen ze eerst over het feit dat ze al een uur hebben zitten wachten, want daar zit iedereen veel meer op tijd. Hier is de mind-set rustiger terwijl de mogelijkheden gewoon minder zijn. De druktemakers hier zijn de expats. Die moeten van alles. Druk, druk, druk. Terwijl de Oegandese patiënt zegt:  ’Ik ga wel even zitten.”

Dorps

Kampala is een stad waar ze zich thuis voelt. ,,Ik ben niet naïef. Het is een grote stad dus is er ook criminaliteit. Al blijft het een stad die dorps aanvoelt. Veel mensen groeten je in het voorbijgaan. Ook als je ze niet kent. Ook de werkomstandigheden zijn anders. De zorg die patiënten krijgen is in grote mate afhankelijk van hun financiële middelen. Hier geldt: geen geld, geen zorg. Er is geen vangnet, geen basisverzekering. Mensen die de zorg niet kunnen betalen, gaan zelf medicatie kopen bij de farmacie.  Met alle risico’s van dien. Daarnaast ben ik meer op mijzelf aangewezen. De mogelijkheid tot doorverwijzing naar of overleg met een specialist is een stuk minder. Er is ook niet zomaar een ambulance die je kunt bellen om te helpen. Een acute noodsituatie moet ik allereerst echt zelf oplossen. In die zin is er hier nog super veel te winnen. Ik kan niet in de mensen hun portemonnee kijken. Als mensen zeggen geen geld te hebben voor een behandeling, proberen we toch altijd een andere manier te bedenken die veilig is waardoor ze wel zorg krijgen. Het werk hier is uitdagend, maar het maakt het vak juist heel leuk. Mede door al die verschillende culturen.  Alles komt voorbij en iedereen kijkt anders naar zorg en zijn de verwachtingen anders. Het is steeds zoeken naar een balans.  Hier heb ik mijn eigen grenzen leren aangeven. Als ik er niet achter sta: zeg ik nee. Het is een moeilijk maar ook heel mooi vak. Ik denk dat ik nog wel twee of drie jaar hier in Kampala blijf werken.  Het leven bevalt ons prima en elke dag is een avontuur. Terug naar Nederland kan altijd nog”

Foto: Badru Katumba