Het groepje ontpopte zich echter al snel tot een filmploeg die op locatie aan het werk ging. Eerst werd er uitgebreid naast, voor en nog net niet op de tafel geposeerd. Waarbij ze gelukkig nog wel binnen hun eigen ’eet-, en tafelaura’ bleven. Elkaar filmen bleef doorgaan totdat de eerste gerechten op tafel werden gezet. Veelal het sein om er eens lekker voor te gaan zitten. Daar werd aan de andere tafel toch heel anders over gedacht. Vork en mes bleven lange tijd onaangeroerd op hun plek. In plaats daarvan werden eerst lange tijd de geserveerde borden gefilmd om daarna de mobieltjes weer op elkaar te richten.
Na deze sessie werd het bestek dan eindelijk ter hand genomen. Althans, de vork rechts, de mobiel links. Elkaar zwijgend filmend, aten ze hun bordjes leeg. Het hele tafereel had wel tot gevolg dat ik al een tijdje niet meer deelnam aan het gesprek aan de eigen tafel. Zo geboeid zat ik te kijken naar…ja waarnaar eigenlijk?
Mijn observatie eindigde toen een van de buren het nodig vond om het lampje op zijn mobiel in te schakelen om daarmee zijn tafelgenoten uitbundig in het licht te zetten. Aangezien hij daarmee ook recht in mijn gezicht scheen, voelde het alsof een tegenligger mij tegemoetkwam die consequent zijn groot licht aan hield. Op het moment dat hij mijn richting uitkeek, had ik bijna de neiging om terug te vallen op een Nederlands gebruik dat tot het nationaal erfgoed behoort: de middelvinger. Gelukkig doofde het lampje. Verder bleef het aan de overkant bij een stilzwijgend collectief staren naar de schermpjes, waardoor ik verder kon met waarvoor ik was gekomen. Lekker eten en bijpraten.
