Het personeel is razendsnel getransformeerd tot hulpverleners want het leed is onbeschrijfelijk. Vakanties die in de sneeuw verdwijnen. Geen vlucht, geen water, geen voedsel. Dat doe je de medemens toch niet aan. Schande!, klinkt het door de hallen waar vanuit normaal gesproken wordt vertrokken. Ik verbaas me over al dat gekreun over die zogenaamde tekorten. Welke tekorten? Volgens mij zijn er op Schiphol genoeg kranen waar gewoon drinkwater uitkomt en kun je overal terecht bij de ontelbare eettenten om je pizza of burger naar binnen te werken.
Natuurlijk is het verdomd lastig als je bent gestrand en je agenda heel andere plannen aangeeft. Of dat je je hebt verheugd op een zonvakantie, maar het beeld van dat gedroomde witte strand wordt bepaald door sneeuwschuivers. Het weer laat zich nu eenmaal door niemand de wet voorschrijven. Dus vrees ik dat we het qua nieuws de komende dagen moeten blijven doen met reizigers op eenzame perrons, een boze meute op Schiphol en het onvermijdelijke sleetje rijden. Ik vrees dat na al dit leed de geestelijke hulpverlening niet is aan te slepen terwijl de wachtlijsten al zo lang zijn.
Gelukkig hebben we er hier in het zonnige Kampala geen last van. Al had het weinig gescheeld of ook wij hadden een sneeuwvrij onderkomen moeten zoeken in de buurt van Schiphol. Eenmaal in het vliegtuig duurde het drie spannende uren voordat het sein op groen ging. Toegegeven: een gelukkie. Ik tik deze column zwetend en gehuld in T-shirt en korte broek. Sorry maar erger kan ik het niet maken.
