Beste Leo
Er moet mij iets van het hart: ik zit in een identiteitscrisis! De afgelopen weken was het geen goed weer om buiten te sporten. Daarom ben ik wat vaker naar de lokale sportschool gegaan. En als je vaker gaat, dan gaan je dingen opvallen. Nu moet je weten, mijn woonplaats heeft een overschot aan 55plus inwoners. En op de tijden dat jonge mensen werken of studeren, zie je dat duidelijk terug in het bezoek aan de sportschool. Deze wordt dan bevolkt door de grijze golf: overwegend ‘boomers’ en exemplaren van de generatie ‘nix / no future’. Het soort waar jij en ik inmiddels ook toe behoren.
Columnist Tobi Laknaker onderscheidde in de Volkskrant drie groepen sportschool-mannen: De ‘afgepeigerde man’, de ‘Andrew-Tate-man’ en de ‘Man met wie het goed gaat’. Bij ons in de periferie kom je die types echter nooit tegen. Zeker niet tussen 9.00 en 14.00!
Bij ons zie ik drie heel verschillende types.
In de eerste plaats zijn daar de ‘wij-zijn-nog-lekker-jongensachtig-mannen’. Ze maken van alles wat ze niet meer kunnen een grap en lachen hun beperkingen weg. Maar stiekem doen ze nog hun best om een beetje in shape te blijven. Zodat ze zich tijdensj de sex niet hoeven te schamen … Terwijl ze diep vanbinnen weten dat het een reddeloos verloren zaak is. Ze zitten gevangen in de ‘twilight-zone’ tussen leuke middelbare leeftijd en grijze viezerik. Ze praten over de wereld alsof ze er verstand van hebben en maken grapjes ten koste van zichzelf omdat ze zich dat kunnen permitteren. En ze drinken 0.0 biertjes!
Een andere groep zijn de ‘blije grijze eikels’. Ze zijn met een groep, lijken iedereen te kennen en gebruiken de sportschool vooral als praathuis. Ze zijn altijd met veel, veel te veel! Je vindt ze overal, in groepslessen, in spinning-klasjes, in de sauna, in de doucheruimte. En overal praten, kletsen plus afgekloven woordgrappen met elkaar delen. Het zijn de vrouwen of mannen in de supermarkt die voor in de rij uitgebreid de tijd nemen voor het praatje met de caissière.
En dan heb je nog de categorie: ‘wij-doen- er-niet-meer- toe-mannen’ … die, zoals hun soortnaam al aangeeft, alleen nog ruimte innemen en zorgen voor visuele vervuiling en achtergebleven roos en huidschilfers. Ze gaan braaf naar de sportschool, vooral omdat het thuis ook niet zo leuk meer is. Het zijn wel lieve mannen die openstaan voor een praatje .. maar praatjesmakers zijn het niet.
De afgelopen tijd vloog het mij aan: het besef dat ik de afgelopen jaren geruisloos opgeschoven ben naar een van deze groepen. In mijn gedachten is het nog maar zo kort geleden dat wij samen onderdeel waren van een frisse boksgroep, dat ik bij zaalvoetbal nog balcontrole had en een vlammend schot. Ik zou dat nog zo graag willen, maar vrees dat het er niet meer inzit, en nu weet ik het niet meer. Wie ben ik? Ik zou het jou kunnen vragen, maar ik ben bang voor het antwoord.
Het doet mij denken aan de volgende tekst uit ‘King Lear’ van William Shakespeare: ‘To shake all cares and business from our age, Conferring them on younger strengths, while we Unburdened crawl toward death.’
Maar dood zijn we nog niet. Dat is in ieder geval een opsteker. In het licht van voorgaande heb ik mijn voornemen voor 2026 eenvoudig gehouden: ‘blijven ademen’.
Groet Jeroen
