Hallo Jeroen,
We beginnen met ons geklaag angstig veel op Statler en Waldorf uit de Muppets te lijken. Maar toch nog even over de geuren. Ik lees dat de romanticus in jou omhoog komt als het over Kampala en lekker ruiken gaat. Ik moet je toch een beetje teleurstellen. Kampala is een groene stad, vol bomen. Met jammer genoeg midden in de stad ook nog een golfterrein. Hoeveel holes weet ik niet, maar wat mij betreft is elke hole er een te veel. Ik heb niks met dat gezwaai met stokkies. Jouw droombeeld over deze stad wordt verstoord door de rook die regelmatig tussen de huizen omhoog kringelt. Veroorzaakt door afval dat ter plekke in brand wordt gestoken. Waarbij alles wat branden wil in het vuur wordt gesmeten. Je begrijpt dat zoiets niet bevorderlijk is voor je reukorgaan. Bovendien rijden hier nogal wat taxibusjes en vrachtwagens rond die bij jou elke milieuzone van kleur laten verschieten.
Ik zie overal in de krant dat het bij jou heerlijk weer is. Met afgunst kijk ik vaak van onder een dekentje ’s avonds naar het Nederlandse weerbericht. Ja, je leest het goed. Vanonder een dekentje. De laatste tijd is het hier behoorlijk fris en kan het de hele dag somberen.
Ik las ook dat een lastige wolf mag worden afgeschoten. Althans, daar lijkt het op. Ja, de natuur moet zich natuurlijk wel gedragen. Tenminste als het om de eigen achtertuin gaat. Als op het westelijke halfrond bijvoorbeeld doorsijpelt dat er in sommige Afrikaanse landen wordt geopperd om een aantal olifanten af te schieten vanwege overlast, is de wereld te klein. Ik ben een fan van deze prachtige dieren. Alleen hebben ze de onhebbelijke gewoonte om dwars door oogstvelden van boeren te banjeren. Niet uit vernielzucht, maar gewoon omdat ze onderweg zijn.
Natuurlijk wordt er ook hier naar vreedzame oplossingen gezocht, al schiet die ongebreidelde bemoeizucht de mensen hier terecht in het verkeerde keelgat. Zo opperde enige tijd geleden de president van Zambia na Duitse verontwaardiging over het mogelijke afschot van een gelimiteerd aantal olifanten om twintig van die goedmoedige Jumbo’s cadeau te doen aan Duitsland. Volgens mij bleef het daarna oorverdovend verontwaardigd stil. Ik vermoed dat ze in Lusaka hard hebben moeten lachen om hun practical joke.
Groet
Leo
