Reizigers checking in op Entebbe airport. Foto: courtesy Entebbe airport

’Hallo, iedereen kijkt toch wel naar mij’

Na een bezoek aan Nederland ben ik weer terug in Kampala. Voor degenen die topografisch minder zijn onderlegd. Kampala is de hoofdstad van Oeganda. Vanaf Schiphol ben je ruim acht uur veroordeeld tot een zithouding zonder al te veel bewegingsvrijheid.

Na een bezoek aan Nederland ben ik weer terug in Kampala. Voor degenen die topografisch minder zijn onderlegd. Kampala is de hoofdstad van Oeganda. Vanaf Schiphol ben je ruim acht uur veroordeeld tot een zithouding zonder al te veel bewegingsvrijheid. Je snapt het, ik behoor niet tot de groep die graag het luchtruim betreedt. Ook vliegschaamte heeft weinig zin. De snelste manier om in Oeganda te belanden, is via het luchtruim.

Eenmaal geland op de nationale luchthaven Entebbe wacht passen en visumcontrole. Dat kan even duren. Onderdeel van de controle is dat er ter plekke een pasfoto van je wordt gemaakt als  onderdeel van het visum in je paspoort. Dat hele ritueel kost tijd dus ontstaan er al snel rijen met wachtenden. En net als op Schiphol is voor velen het wachten een bron van ergernis. Ik maak van de nood een deugd door om me heen te kijken.  Ik kan het iedereen aanraden. Het theater om je heen is gratis en goed voor je humeur.

Vóór mij in de rij stond een Nederlands gezin. Vader, moeder plus een dochter en haar vriend. De familie had hoorbare vakantieplannen.  Maar al snel trok dochterlief de aandacht. De prima donna van het gezin in haar rol als aanstellerige aandachtvrager. Staand voor het pasfoto-toestelletje gleed ze moeiteloos in haar eigen hoofdrol. Al draaiend en giechelend zag ik boven haar hoofd een tekstwolkje: ’Hé hallo, iedereen kijkt toch wel naar me’. De douanier achter de balie keek stoïcijns. Met een paar scherpe opmerkingen zette haar heel snel met beide benen op Oegandese grond.  

Ergens achterin de rij hoorde ik een paar Oegandese jongeren meezingen met een nummer op hun mobieltje. ’Echt Afrika he’, hoorde ik de vader zeggen. ’Ja, hier zingt iedereen’. Ik wilde de man nog vragen waarom hij zijn klompen thuis had gelaten en op gewone schoenen rondliep. Maar de douanier gebaarde dat ik voor het fototoestel moest gaan staan.